Wat een opluchting in veel gezinnen: alle kinderen mogen straks weer naar school. Alle? Nee, toch niet. Voor kinderen met een beperking blijven de bijzondere scholen beperkt toegankelijk. Om nog te zwijgen van de residentiële voorzieningen die de noodzakelijke zorg voor die kwetsbare groep mee helpen realiseren. Zo is het nog steeds niet mogelijk om kinderen en jongeren met een beperking in de week in hun vertrouwde leef- en zorg­omgeving op te vangen.

De Vlaamse regering wil de compensatie voor ouders van kinderen met een beperking die hun kind noodgedwongen thuis verzorgen tijdens deze crisis – 8,5 procent van het persoonlijke assistentiebudget – optrekken naar 17 procent (DS 27 mei). Niet onaardig, zou je denken. Toch heb ik deze bedenking: kan het geld niet beter zo worden besteed, dat de zorg voor de kinderen en hun gezinnen zo snel mogelijk weer kan normaliseren? Niet dat er zich anders drama’s zullen voordoen. Die drama’s voltrekken zich nu al. In de beslotenheid van de huiskamer doen zich zaken voor die (letterlijk) naar de keel grijpen.

Kinderpsychiaters melden dat veel kinderen met een mentale beperking het erg heftig vinden dat hun vertrouwde structuren wegvallen. Door hun beperktere verbale mogelijkheden, uiten zij dat met hun gedrag. Sommigen zijn plots niet meer zindelijk, vertonen stereotiep gedrag of zijn agressief. De kinderpsychiaters vragen een snelle normalisering van de situatie, want nu zit er vaak niets anders op dan kalmerende medicatie voorschrijven.

Niet aaibaar

Ook ouders die durven te getuigen, zeggen hoe moeilijk het voor hen (en de andere huisgenoten) is, hoe ze op hun tandvlees zitten en vrezen ten onder te gaan aan de zware zorg thuis. Ze zijn vooral bezorgd om de kinderen zelf. Die zijn buiten zichzelf en lijden erg onder hun situatie. Hun vaste structuur, voor hen zo nodig om gewoon te kunnen leven, om zich goed te kunnen voelen, is helemaal weg. Hun ouders doen hun best en ook de instellingen waar de kinderen normaal in de week verblijven, spannen zich in, door dagopvang te organiseren. Maar toch ontspoort de thuissituatie in veel gevallen.

‘Weten die experts eigenlijk wel wat ze ons en onze kinderen aandoen?’, schreeuwt een moeder haar ellende uit. Nee, want wij zijn de ouders van de vergeten kinderen. We zijn niet verenigd, zoals de horeca-uitbaters, en we spreken niet met luide stem, daar hebben we zelfs de energie niet voor. We vertegenwoordigen niet een grote groep van mensen en het zal niet aan ons liggen als de economie meer of minder draait. Onze kinderen zijn niet sexy of aaibaar en hun knuffel­gehalte is minder hoog dan dat van katje Lee. Maar het zijn kinderen. En ze zijn kwetsbaar.

Om het met psychologe Ariane Bazan te zeggen: het is veel moeilijker om als samenleving inclusief te zijn voor hen, maar het is de taak van de beschaving.

“Het knuffelgehalte van onze kinderen is minder hoog dan dat van het katje Lee. Maar het zijn kinderen. En ze zijn kwetsbaar”

Dus, beste beleidsmakers, geef uw geld aan de voorzieningen en maak dat zij kunnen zorgen. Help hen om met het oog op veiligheid toch maximale zorg te kunnen bieden. Want dat is wat zij willen: de veiligheid niet in het gedrang brengen, maar wel de zorg zo organiseren dat er ook residentieel meer mogelijk is. Zodat ze aan kinderen en jongeren die zo noodzakelijke leefomgeving weer kunnen aanbieden. Daar moeten we toch toe in staat zijn? In naam van de beschaving. In naam van onze vergeten kinderen. In naam van de meest kwetsbaren.

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter